Incompany training

“Alle agressie en geweld voorkomen is een utopie!
Wel kun je leren om agressie en geweld beter te hanteren…”

THEMA VOORBEELDEN

Bij Incomany trainingen kan de organisatie op basis van haar eigen behoeften, leerdoelen en roostermogelijkheden zelf de duur van de training(en) bepalen.

De RADAR methode Regeer® met integratie van Controle & Fysieke Beheersing® (CFB). Geregistreerd bij de nationale – en Europese overheden op naam van Leo Regeer
(Overheidsregistratie(CFB) 29-11 ’91, Radar methode september 1996, E.E.G. registratie (CFB) 03-02 ’93 t.n.v. L. Regeer)

Voor wie bestemd?
De trainingen zijn bestemd voor alle medewerkers in een bedrijf of instelling die direct die indirect contact hebben met klanten. Dit geldt bijvoorbeeld voor medewerkers in gemeenten, onderwijs , dienstverlening en de gehele gezondheidszorg.

Daarnaast zijn de trainingen ook beschikbaar voor klanten, leerlingen/studenten en alle externe doelgroepen.

Agressie en persoonlijke veiligheid ( met individuele CFB- technieken).

Over wederzijdse maximale veiligheid en minimale beschadiging

Introductie in onze Radar-methode, die leert hoe te handelen op het juiste moment met het beste resultaat in situaties van ongewenst (agressief) gedrag. De methode omvat registratie, preventie, aanpak tot en met traumapreventie na ingrijpende gebeurtenissen of ernstige incidenten. Alle vormen van agressie zijn fysiek van aard.

CBF-technieken (Controle & Fysieke Beheersing) staan voor professionele fysieke interventies (geen vechten of zelfverdediging!), die niet beschadigen en maximale veiligheid garanderen. Deze CFB-methode wordt selectief ingezet, op maat toegespitst voor diverse doelgroepen medewerkers, en dit alles wordt geleerd binnen de huidige wettelijke context.

Aanpak pesten/intimidatie personeel bij grensoverschrijdend gedrag op de werkplek.

Over het verbod en strafbaarheid van agressie/ pesten / (seksuele)intimidatie op de werkplek. (wettelijk sinds 2004!)
Uit meerdere onderzoeken blijkt dat intimidatie en agressie op het werk veel slachtoffers opleveren. Niet zelden vormt dit verschijnsel een aanleiding tot langdurig ziekteverzuim en tot een verhoogde kans op uitstroom. Ruim een derde van alle werknemers die arbeidsongeschikt of langdurig in de ziektewet terechtkomen heeft een psychosociale oorzaak. Deskundigen geven aan dat een derde van deze gevallen arbeidsongeschiktheid verband houdt met agressie/intimidatie op het werk.

Doel:
Bespreekbaar maken van de (bedrijf)cultuur en vroegtijdige herkenning van signalen bij seksistisch, ongewenst gedrag of seksuele intimidatie in het bedrijf.

De interventies bij het verkleinen van de risico’s en grenzen stellen voor een adequate handelwijze ter preventie van seksueel niet-geaccepteerd gedrag worden besproken en geoefend.

Aanpak angst en (on)macht bij agressie
over de eigen angst, macht en onmacht van personeel in spanningsvolle situaties.

Uit meerdere onderzoeken blijkt dat personeel zich vaak als slachtoffer voelt bij intimidatie door klanten. Echter, agressie en intimidatie van personeel gericht naar klanten kunnen dezelfde intensiteit en frequentie hebben. Potentieel kan een persoon in eenzelfde situatie het ene moment slachtoffer zijn en het volgende moment dader in dezelfde situatie. Klanten kunnen zich ook bedreigd of geïntimideerd voelen door personeel in een bedrijf of instelling. Ondanks deze feiten wordt in veel bedrijven onvoldoende rekening gehouden met deze dynamiek en rust er vaak een taboe op de bespreekbaarheid ervan.

Met deze feiten wordt in bedrijven onvoldoende rekening gehouden en rust er een taboe op de bespreekbaarheid daarvan.

Doel:
Op basis van uw eigen praktijkervaring op de werkplek wordt een specifieke methodiek aangereikt en geoefend. Er wordt een uitvoerige analyse verricht van alle observaties. De training is gericht op het verbeteren van de professionele omgang met de complexe gedragsproblemen van het betreffende individu.

Doelgroep:
Begeleiders in de gehandicaptenzorg, psychiatrie en jeugdzorg, evenals leerkrachten in het bijzonder onderwijs, die zich willen bekwamen in een methodische werkwijze en een bijzondere aanpak.

Vrijheidsbeperkende interventies bij cliënten, met name in de zorg en het onderwijs veld.

Over beslissingen en wettelijke mogelijkheden.

Richtlijnen voor vrijheidsbeperking zijn geen hulpmiddel waarmee kant-en-klare oplossingen kunnen worden gevonden voor alle bedrijfssituaties. Ze dienen ook niet als beslisboom voor het vinden van ja- of nee-antwoorden. Of vrijheidsbeperkende interventies verantwoord of gepast zijn in een dienstverlenende situatie, zal uiteindelijk moeten worden bepaald door de (multidisciplinaire) professionals in de organisatie, zo mogelijk in samenwerking met de cliënt(en). Richtlijnen zijn echter wel een hulpmiddel waarmee betrokkenen antwoorden kunnen formuleren op deze vragen en binnen de vereiste wettelijke context kunnen blijven.

Preventie en aanpak bij fysiek geweld (met CFB team -technieken).

Over de risico’s bij ingrijpen bij fysiek geweld in de geestelijke gezondheidszorg

Het toepassen van geweld in relaties tussen mensen is een uiterst middel, een extreme vorm van sociaal gedrag. De kans op dit extreme gedrag is groter naarmate de doeleinden of omstandigheden van de betrokkene meer extreem zijn. Vanuit het perspectief van de geweldpleger zijn omstandigheden meer extreem naarmate ze, in het licht van zijn of haar waarden en normen, meer problematisch zijn. Het toepassen van geweld is een poging om een probleem op te lossen, te verminderen, of te voorkomen.

Doel:
Het bespreekbaar maken van de (bedrijf)cultuur en het vroegtijdig herkennen van signalen bij seksistisch, ongewenst gedrag of seksuele intimidatie in het bedrijf.

De interventies bij het verkleinen van de risico’s en het stellen van grenzen voor een adequate handelwijze ter preventie van seksueel niet-geaccepteerd gedrag worden besproken en geoefend.

Doelgroep:
Medewerkers en management van bedrijven die direct of indirect in aanraking komen met seksistisch ongewenst gedrag van klanten of collega’s binnen het bedrijf of de instelling.

Omgaan met agressie aan de telefoon en aan de balie.

Over het voorkomen van escalatie bij gesprekken aan de telefoon.
In het dagelijks werk speelt de smartphone een steeds belangrijkere rol. Het instrument wordt meer en meer gebruikt om informatie te verstrekken of op te vragen. Met deze groeiende vorm van communicatie is tegelijkertijd de trend waarneembaar dat cliënten steeds mondiger en veeleisender worden. Door de ogenschijnlijk ongekende mogelijkheden van technologie en de opkomst van de 24-uurseconomie lijken bereikbaarheid en beschikbaarheid vanzelfsprekend te zijn. Klanten verwachten dat medewerkers 24 uur per dag tot hun beschikking staan, en dat wordt dan ook regelmatig geuit in de vorm van: “Daar bent u toch voor.” Niets is echter minder waar. Het zijn juist deze ‘eenvoudige’ gesprekken waarin agressie naar voren kan komen. Hoe kun je voorkomen dat een gesprek escaleert en hoe ga je om met agressie aan de telefoon?

Doelgroep:
Speciaal voor alle betrokkenen die ‘front and back door’ (telefonische) contacten leggen met klanten en/of bezoekers. Dit omvat iedereen die te maken heeft met telefoon- en baliewerkzaamheden in gemeenten, onderwijs en dienstverlening, zoals medewerkers van publiekszaken en sociale diensten.

Doel:
In de kinder- en jeugdsector draait het vooral om ‘spelregels’ over hoe men met elkaar moet omgaan. In de praktijk komt echter vaak (te) snel de nadruk te liggen op het stellen van grenzen bij grensoverschrijdend gedrag. Deze training is gericht op het begeleiden van gedragsverandering(en) en het bevorderen van een veilige omgang in onderwijs- en hulpverleningssituaties, met speciale aandacht voor agressie- en geweldpreventie. Desgewenst kan het oefenen van fysieke technieken (CFB), toegespitst op wettelijke toepassing bij jeugdigen, een onderdeel van de training zijn.

Doelgroep:
Docenten, leerkrachten, vertrouwenspersonen, onderwijzers in onderwijs, begeleiders, ARBO-functionarissen in kinder- en jeugdhulpverlening.

Doel: 
In principe vertonen (demente) ouderen gezond coping-gedrag in een omgeving die zij als onveilig of vijandig ervaren. U leert vaardigheden te benutten om respectvol om te gaan met de mogelijkheden van bewoners met gedragsproblemen. Hierbij wordt ingegaan op het mobiliseren van geagiteerde of boze bewoners met behulp van zachte fysieke transfer-technieken in verschillende ADL-situaties.

Doelgroep:
Medewerkers in ouderen(dag)centra, verpleeghuizen en thuiszorg zoals o.a. verpleegkundigen, (zieken)verzorgenden, (activiteiten) begeleiders en anderen.

Doel:
Automutilatie, als specifieke vorm van agressie en geweld, wordt vanuit Radar-methode gedefinieerd als het (opzettelijk) toebrengen van beschadigingen door zelf verminkende handelingen, echter (nog) niet duidelijk gericht op zelfdoding. In deze training leert men de vroegtijdige signalering van alle observaties en gedragingen die in verband kunnen worden gebracht met dit opzettelijk zelf verminkend gedrag. Daarnaast leert men methodisch de meest adequate interventies toe te passen.

Doelgroep:
Verpleegkundigen en begeleiders in de algemene zorg, jeugdzorg en gehandicaptenzorg, docenten/leerkrachten in het gehele onderwijs en overige hulpverleners.

Doel:
Pogingen tot zelfdoding zijn intentioneel, bewust en gemeend. Bij poging tot zelfdoding valt een zekere gelijkenis met automutilerend gedrag niet te ontkennen. In deze training leert men alle gedragingen die in verband kunnen worden gebracht met suïcidaal gedrag en opzettelijke poging tot directe en indirecte zelfdoding te observeren en te onderscheiden van automutilatie. Daarnaast leert men methodisch de meest adequate interventies toe te passen.

Doelgroep:
Verpleegkundigen en begeleiders in de algemene zorg, jeugdzorg en gehandicaptenzorg, docenten/leerkrachten in het gehele onderwijs en overige hulpverleners.

Doel:
Een overval is een ingrijpende gebeurtenis die gelukkig niet dagelijks voorkomt. Als het toch gebeurt, is het zaak om bewust te handelen in zo’n gevaarlijke situatie om de eigen veiligheid te kunnen garanderen. Vanuit de Radar methode worden vaardigheden geoefend en wordt inzicht verschaft over hoe om te gaan met de (begrijpelijke) hevige angst die met deze situatie gepaard kan gaan. Met onder andere het RAAK-model en de noodzakelijke nazorgmethode wordt deze situatie realistisch geoefend.            

Doelgroep:
Iedereen die vanuit een werksituatie het risico loopt slachtoffer te worden van een (dreigende) overval situatie, zoals bijvoorbeeld in de detailhandel, dienstverlening met publieke functie, enzovoort.